Deze brandbrief werd op 13 april 2016 verstuurd aan de Tweede Kamer. Dit naar aanleiding van de uitzending van Zembla over de 18-plus problematiek.

Knipsel

Absolute leeftijdsgrens maakt kleine groep jongeren vogelvrij

Enkele honderden zeer kwetsbare, jonge Nederlanders komen jaarlijks in ernstige problemen door verabsolutering van de leeftijdsgrens van 18 jaar. Het gaat om jongeren met licht verstandelijke beperkingen die rond hun 18de verjaardag de hulpverlening de rug toekeren. De gespecialiseerde orthopedagogische jeugdzorg kan ze niet vasthouden, de gemeenten missen instrumenten om ze in het oog te houden. Wij – bestuurders van de William Schrikker Groep, ‘s Heeren Loo Zorggroep en Trajectum – maken ons daar grote zorgen over en roepen alle betrokkenen op om nú gezamenlijk in actie te komen.

Wat is het probleem?

Op het eerste gezicht zien jongeren met een licht verstandelijke beperking er uit als normaal begaafde jongeren. Hun verstandelijke vermogens bevinden zich echter op het niveau van een acht- tot twaalfjarige. Ze hebben op hun 18de jarenlange zorg en behandeling in pleeggezinnen en instellingen achter de rug en daar zijn ze moe van. Ze hebben geen vertrouwen in de instellingen: het vrije leven lokt, vaak in de grote stad.

Probleem is, dat deze jongeren de gevolgen van hun keuzen onvoldoende overzien. Ze missen de sociale vaardigheden om zich zelfstandig te handhaven. Ze hebben een zwak netwerk of – erger nog – ze komen in aanraking met nieuwe ‘vrienden’ die een verkeerde invloed op hen hebben. Denk aan ronselaars in het criminele circuit en loverboys.

In de praktijk wordt hun vrijheid een vogelvrijverklaring met enorme risico’s: schulden, verslaving, seksuele uitbuiting, criminaliteit. Dat is voor de jongeren zelf afschuwelijk en het jaagt de maatschappij op hoge kosten.

Waarom bestaat dit probleem?

Dat deze jongeren op hun 18de onbeschermd in onze zeer complexe samenleving terecht komen, komt doordat ons systeem van recht en jeugdzorg de leeftijd van 18 als absolute grens hanteert. Wie 18 wordt, is juridisch volwassen en dat verklaren we onverkort van toepassing op deze kwetsbare jongeren. Zelfs zoiets essentieels als doorleren na je 18e wordt vanaf dat moment voor hen niet meer betaald, terwijl lessen in praktische zelfstandigheid (je administratie op orde houden en zelfstandig leren wonen) juist voor deze jongeren essentieel zijn. Hun toekomst ziet er beter uit als zij hulpverlening en scholing krijgen.

Internationale verdragen (zoals het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens) en nationale jurisprudentie staan niet toe dat kinderbeschermingsmaatregelen als ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing na het 18de levensjaar worden voortgezet. Er bestaan wel juridische mogelijkheden om volwassenen zorg te verlenen zonder dat ze er zelf om vragen, maar die zijn voor deze groep jongeren niet meteen van toepassing. Zo is de wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) bedoeld voor mensen met een psychiatrische stoornis die zelf een gevaar veroorzaken. Dat geldt voor veel van deze jongeren niet. De nieuwe wet Zorg en Dwang zou wel soelaas bieden. De Tweede Kamer heeft die wet al aangenomen, maar de Eerste Kamer wil haar pas behandelen als dat in samenhang kan met andere wetten op dit gebied.

De komst van de Jeugdwet en de decentralisaties in het sociaal domein hebben de oplossing van het probleem niet dichterbij gebracht. Sinds 2015 zijn in principe de gemeenten op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning verantwoordelijk voor de opvang van deze jongeren. Ze hebben daarvoor echter (te) weinig geld ter beschikking gekregen en het is voor hen grotendeels een nieuwe groep burgers, met wie ze nog weinig ervaring hebben. Bovendien ontbreekt het ook hen aan een juridisch instrumentarium voor gedwongen zorg.

Hier faalt het systeem en laten we zeer kwetsbare jongeren aan hun lot over, met alle maatschappelijke ontwrichting van dien. Dat is onacceptabel!

Wat kunnen we eraan doen?

De juridische mogelijkheden zijn tot nu toe beperkt, dus komt het aan op overreding en pragmatiek. Het enige wat ouders/verzorgers, hulpverleners en overheden kunnen doen, is contact houden met deze jongeren en hen ertoe te bewegen toch de hulp te aanvaarden die ze nodig hebben, binnen of buiten de gespecialiseerde orthopedagogische jeugdzorg.

Bij veel jongeren met licht verstandelijke problematiek lukt dat op basis van vrijwilligheid. Al ruim voor hun 18de verjaardag worden er afspraken met hen gemaakt. Ook de gemeente waar ze komen te wonen, speelt daarbij een actieve rol. Als ze na hun 18de verjaardag de specialistische jeugdzorg verlaten, neemt de gemeente het stokje over.

Bij sommige jongeren is extra inspanning nodig. De instellingen voor specialistische orthopedagogische jeugdzorg bereiden hen intensief voor op de samenleving, bijvoorbeeld met trainingsmethoden als het door ons ontwikkelde ‘Krachtplan 18+’. Ruim voor de achttiende verjaardag maken ze – met de jongere en andere betrokkenen – een plan op basis van een risicotaxatie. Zo nodig staan in dat plan ook afspraken over een bewindvoerder, mentor of curator. Rond de 18de verjaardag vindt er een ‘warme overdracht’ plaats vanuit de specialistische jeugdzorg naar de gemeente. Daarbij zijn alle betrokkenen aanwezig: de jongere zelf, de ouders/verzorgers en de oude en nieuwe zorgverleners. Onderdeel van de extra inspanning bij deze groep kan zijn dat gemeenten het verstrekken van een uitkering laten afhangen van het aanvaarden van zorg en ondersteuning. Of dat lokale ondersteuners nét even doortastender en vasthoudender zijn, ook zonder dat daarvoor een juridische basis bestaat.

Een steviger juridische basis

Echter, voor enkele honderden jongeren is een dwingender aanpak nodig om een feitelijke vogelvrijverklaring te voorkomen. Een uitbreiding van de juridische basis is daarvoor volgens ons noodzakelijk. Dat kan net als in het jeugdstrafrecht: ook daar is 18 jaar de leeftijdsgrens, maar het adolescentenstrafrecht toont aan dat die grens niet absoluut is. We pleiten daarom voor een juridische maatregel die hulpverlening kan verplichten aan 18-plussers die zulke hulp niet wensen, maar volgens de opgestelde risicotaxatie wel nodig hebben. Die gedwongen hulp kan bestaan in zeer intensieve ambulante begeleiding, maar ook in voortzetting van het verblijf in een instelling voor gespecialiseerde orthopedagogische jeugdzorg.

Juridische maatregelen zijn niet dé oplossing: blijven werken aan een aantrekkelijk perspectief voor de jongeren zelf is essentieel. Maar als de situatie daarom vraagt, moeten we als maatschappij doortastend durven optreden. Laat 18-plussers met verstandelijke beperkingen niet aan hun lot over!

Kees Erends (’s Heeren Loo Zorggroep)
Erik Heijdelberg (William Schrikker Groep)
Jacques Martini (Trajectum)

April 2016