Pindakar is etalage van behandelsucces Trajectum

 

De pindakar heeft hem enorm geholpen, zegt Joop. De cliënt van ’t Wold was al lange tijd depressief. Er kwam hem maar weinig uit de handen en zijn behandeling stagneerde. Totdat begeleider Peter Vos hem twee jaar geleden vroeg eens mee te helpen bij het pinda branden en verkopen op de markt van Paard & Erfgoed bij Boschoord. ‘Ik had helemaal niks en durfde niets. Door de pindakar ben ik gegroeid’, vertelt Joop. Ruim honderd cliënten hebben in de afgelopen zeven jaar de vruchten geplukt van het initiatief.

 

Het begon allemaal nadat Peter hoorde dat mensen uit Vledder die al jaren geld voor een scholenproject in Oeganda inzamelden met hun mobiele pindabranderij stopten. Dat was zeven jaar geleden. Hij had zelf ook een paar keer achter de kraam gestaan en daar ook wel eens een cliënt bij betrokken. Het viel hem op hoeveel plezier en aardigheid die in de activiteit hadden. ‘Ik heb toen de pindakar overgenomen. Het leek me een prachtige manier om samen met cliënten van Boschoord op pad te gaan en deze instelling eens wat positiever onder de aandacht te brengen. Mensen zagen eigenlijk nooit het goede dat hier gebeurt.’

Pindakar prijs

Nog altijd gaat een deel van de jaarlijkse opbrengst, zo’n 1500 euro, naar het goede doel in Oeganda. Het resterende geld besteedt Peter aan sociale- of educatieve projecten in de directe omgeving van Boschoord. Zo kweekt hij goodwill. Ook de cliënten leren terwijl ze op een markt staan en met klanten in gesprek raken hun sociale vaardigheden te verbeteren, te rekenen en in te spelen op onverwachte situaties. Het gaat spelenderwijs, maar Peter coacht op de achtergrond welbewust. Joop ging met sprongen vooruit in zijn ontwikkeling nadat hij uitgroeide tot vaste kracht achter de pindakar. Hij is vooral goed in de verkoop. ‘Ik ben in die wereld grootgebracht. Mijn ouders hadden een oliebollenkraam en suikerspinmachine op kermissen. Vroeger moest ik daar ook altijd achter staan. Ik ben nu veel positiever geworden.’ Hij demonstreert ter plekke zijn verkoopvaardigheden met verve. Een geboren marktman. ‘Verse pinda’s, lekkere pinda’s voor maar 1 euro 50’, schalt het over het binnenplein.

Samen met André Hogeveen van het Centrum voor Omscholing (CvO), runde Peter al die jaren de activiteit. Inmiddels bezoeken ze zo’n 25 markten per jaar. Per keer gaan er vier tot vijf cliënten mee voor het opzetten van de pindakar, het branden, het verpakken in zakjes en de verkoop. In totaal zijn er op jaarbasis tien tot vijftien cliënten betrokken bij het project. Het is allemaal vrijwilligerswerk. De meeste jaarmarkten en braderieën zijn ’s avonds of op zondag. Veel markten rekenen inmiddels al op de komst van de pindakar, vooral ook omdat de bezoekers erg enthousiast reageren op het pindateam. Ze dragen strooien hoeden, hebben een schort voor en prijzen hun waar met een gulle lach aan. ‘We zijn nooit chagrijnig. Voor ons is het ook een leuk uitje’, vertelt Joop. ‘Het is goede reclame voor Boschoord’, beseft Peter. Hij zou de activiteit graag onder willen brengen bij de afdeling Werk en Activiteiten van Trajectum zodat de verantwoordelijkheid niet meer louter bij de initiatiefnemers ligt. ‘Het mooiste is toch dat als wij hier ooit ophouden het een vaste plek binnen de organisatie heeft. Volgens mij heeft het zo’n grote therapeutische waarde dat het goed past in onze aanpak.’

Pindakar team

Positief imago

Op de markt komen de cliënten in contact met de buitenwereld en de buitenwereld krijgt een verrassend ander beeld van de mensen die binnen Trajectum verblijven. ‘Er wordt nogal eens verbaasd gereageerd als een klant hoort dat het cliënten betreft. Daar hebben ze een heel ander idee over. Dit draagt bij aan een positief imago’, zegt André. Hoewel het hem en vooral Peter veel tijd kost, ziet hij het niet als een zware opgave. ‘Je krijgt er heel wat voor terug. We hebben niet alleen veel lol met elkaar, maar zien cliënten ook veranderen. Dat enthousiasme zou binnen Trajectum wel wat meer aandacht mogen krijgen.’ Onlangs was Joop op begeleid verlof met een persoonlijk begeleider aan het winkelen in Zwolle. Met een brede grijns  vertelt hij hoe een vrouw hem in een winkel aankeek en uiteindelijk vroeg of hij die gezellige meneer was van de zomermarkt in Vledder die had staan dansen met haar zus. ‘Dat vond ik prachtig. Mensen herkennen ons. Ik zou het heel erg vinden als dit zou moeten stoppen. Het is te hopen dat er anderen zijn die de pindakar willen voortzetten. Als we in de auto stappen op weg naar een markt dan lopen we al te lachen en te giechelen.’

 

Een pinda-importeur levert de pinda’s in zakken van 15 kilo tegen kostprijs. Jaarlijks wordt er zo’n 1000 kilo verkocht, dat zijn vele duizenden zakjes à 1,50 euro. Het branden gebeurt in een gasoven op de kar, zodat de mensen warme, heerlijk geurige en knapperige pinda’s krijgen. In al die jaren heeft Peter heel wat mannen en vrouwen zien groeien in hun rol als pindaverkoper. ‘Ze kunnen mensen heel netjes te woord staan. Het is een echte teamprestatie.’ Op markten combineren ze het vaak met de verkoop van andere producten van het CvO zoals bloembakken, vogelkooitjes of lampen. Uit een catalogus kunnen klanten ook diverse bestellingen plaatsen. ‘Dat levert wel voor twee tot drie maanden werk op’, zegt hij.

Nooit rottigheid

De ervaren cliënten werken nieuwkomers in, is de stelregel die Peter hanteert. Een ander uitgangspunt is dat niemand is uitgesloten van deelname. ‘De pindakar draait inmiddels voor 80 procent op de cliënten. Ik sta op de achtergrond. In al die jaren is er nog nooit rottigheid voorgevallen.’ Hij ziet nog volop mogelijkheden om de pindakar die simpel achter een auto kan worden gehangen ook elders binnen Trajectum te gebruiken. De cliënten nemen zelf een aantal taken op zich zoals het regelen van verlof bij de persoonlijk begeleider. Zij zijn ervoor verantwoordelijk dat het getekende briefje retour komt bij Peter zodat die een verlofpas kan aanvragen.‘Zo prikkelen we hun vaardigheden. Als organisatie willen we de cliënten een stap verder helpen in de maatschappij. Op dat streven sluit de pindakar naadloos aan.’ Joop vertelt dat hij op de werkplaats altijd overhoop lag met Ferdinand. Nu ze beide uitgegroeid zijn tot de meest ervaren krachten van het pindateam, zijn ze de dikste maatjes. ‘Ik had altijd bonje met hem, nu zijn we grote vrienden.’ Waar een pindakar al niet toe kan leiden.