‘Achteraf is het goed dat ik tbs heb gekregen’

 

Op het moment dat hij in zijn cel het bericht kreeg dat de rechter hem dwangverpleging oplegde, zakte de moed hem volledig in de schoenen. Nou kom ik nooit meer vrij, dacht Hendrik. Twee jaar verder in zijn behandeling op Trajectum (voorheen Hoeve Boschoord) kijkt hij er heel anders tegen aan. ‘Als ik nu terugkijk is het goed dat ik tbs heb gekregen. De behandeling heeft me mijn ogen geopend. Niemand dacht dat ik zover zou kunnen komen..’

 

Het klinkt misschien gek, maar op de gesloten afdeling Eik is Hendrik opgebloeid. De zware jongen die in 1991 nadat zijn opa was overleden van kwaad tot erger verviel, heeft de weg omhoog en naar buiten weer gevonden. ‘Ik heb uiteindelijk alles op tafel gelegd.’ Begin twintig was hij, een beer van een vent en fysiek tot alles in staat, toen een hartaanval en een herseninfarct zijn grootvader noodlottig werd. ‘Mijn vader heb ik nooit gekend, mijn opa en oma en mijn moeder hebben me opgevoed. Ik beschouwde hem als mijn vader. Na zijn dood zag ik het niet meer zitten. Ik ging drinken en later ook cocaïne snuiven. Mijn opa was fel tegen drugs. Als hij was blijven leven, zou ik nooit met justitie in aanraking gekomen zijn.’

poster drugsoverzicht

Het liep anders en het ene delict leidde tot het volgende. De veroordelingen werden zwaarder evenals de straftijd die hij kreeg opgelegd. Hendrik draait er niet om heen: ‘Een groot stuk van mijn leven heb ik binnen gezeten. Daar moest maar eens een eind aan komen.’ In het Huis van Bewaring kreeg hij een folder van de behandeling in Trajectum (voorheen Hoeve Boschoord) in handen met als titel ‘leren participeren’. De verhalen van cliënten zijn hem bijgebleven. ‘Ik las over mensen die hier al een tijd zaten en die in het begin overal tegen aan schopten. Aan het eind bleek toch dat ze vooruit waren gegaan. Daardoor raakte ik wel gemotiveerd. Dat sprak me aan.’

Clientverhaal Hendrik

Wat de behandeling precies in hield wist hij niet, wel dat er iets grondig moest veranderen. ‘Steeds als ik vrij kwam, begon het weer opnieuw. Dan kwam ik terug in mijn oude buurt en verviel ik in mijn oude leven. Ik had geen goede dagbesteding. Dan ging ik weer drinken en cocaïne gebruiken. De combinatie maakt dat ik stomme dingen doe.’ Hendrik was behoorlijk gewelddadig. Met spijt: ‘Er is me doodslag ten laste gelegd. Dat is niet niks.’ Zijn moeder heeft hij beloofd dat het nu eindelijk afgelopen zou zijn. ‘Dat hoofdstuk heb ik gesloten.’

Met sprongen vooruit

Hendrik vindt dat hij al ver is gekomen in zijn behandeling. ‘De begeleider zegt ook dat ik met sprongen vooruit ga. Nog voor de zomer mag ik naar een vervolgafdeling met meer vrijheden. Dat betekent dat ik vaker naar buiten mag. Misschien krijg ik ook verlof zodat ik mijn eigen boodschappen kan gaan doen. Dat is hartstikke tof.’ Hij heeft al heel wat therapieën succesvol met een certificaat afgesloten. ‘Het moeilijkst vond ik om herinneringen aan mijn delict op te halen. Uiteindelijk is dat toch gelukt. Ze helpen me hier echt met alles.’

Essentieel is dat je laat zien dat je gemotiveerd bent. ‘Ik wil een toekomst opbouwen. In het begin ging het moeizaam omdat ik iedereen probeerde te imponeren. Verbaal ben ik ook nogal sterk omdat ik uit een volksbuurt kom. Van al dat vastzitten word je ook steeds harder. Ik zat er altijd boven op. Mijn persoonlijk begeleider zei een keer toen we een korte wandeling maakten dat zulk stoer gedrag nergens voor nodig was.’ Hij denkt dat hij daar ook op de volgende afdeling volop aan moet blijven werken. Hendrik hoopt dat hij zich vooral verder in het groenonderhoud kan bekwamen. ‘Ik wil lekker buitenwerk.’ Zo nu en dan denkt hij al verder. Aan dat hij weer vrij is. ‘Maar terug naar mijn oude buurt wil ik niet meer.’